Maar is het nou het deksel of de deksel?

Bij een woord als voedsel vinden we het over het algemeen gemakkelijker: bijna iedereen zal kiezen voor het voedsel en niet voor de voedsel.

Je zou denken: dan is het dus ook het deksel. Vooral in spreektaal hoor je echter nogal eens de deksel langskomen. Ook ikzelf betrap mij erop dat ik dit soms zeg.

En inderdaad: vroeger was uitsluitend het deksel correct, maar tegenwoordig mag de deksel ook.
Woorden die eindigen op het achtervoegsel -sel zijn eigenlijk altijd het-woorden (onzijdige woorden). Tegenwoordig vermelden de naslagwerken bij deksel echter twee geslachten. Als lidwoord mag je dus zowel de als het gebruiken.

Desalniettemin, ben je geen taalliefhebber en haak je al gauw af bij kreten als lidwoord en onzijdig, dan kun je ook alleen HET VOORZETSEL onthouden.
Woorden die eindigen op -SEL, daar ZET je HET VOOR.
Want het deksel is tenslotte ook nog altijd prima!