We zitten op een zondagochtend op de bank te genieten van een cracker met lekkere oude kaas, mijn man en ik. Zegt hij op een gegeven moment “De naam kun je nog lezen op een stukje van het kaaswiel.” Ik: “Zei je nou kaaswiel?” Hij: “Ken jij dat woord dan niet?”

Nee, ik moet eerlijk bekennen dat ik daar nog nooit van gehoord had in de kaaswinkel of bij de kaasboer op de markt. Maar het klinkt me wel enigszins logisch in de oren: een ronde kaas lijkt op een wiel van kaas. Opzoeken dus!
En inderdaad, kaaswiel betekent een hele kaas, die 4 of 12 kilo kan wegen. Meestal staat de naam van de kaas op de zijkant van zo’n kaaswiel.

Zo zie je maar: je bent nooit te oud om te leren, je kunt het altijd en overal doen. Zelfs als je samen even op de bank zit te chillen. Nee, als liefhebber van Nederlandse taal zit ik niet te chillen. Relaxen dan. Ook niet helemaal. Ontspannen! Dat is een mooi Nederlands woord voor deze bezigheid. Je zou het bijna vergeten te gebruiken met zoveel ingeburgerde Engelse alternatieven …

En tijdens dat ontspannen zitten we elkaar dan soms even scherp te houden. Ik leer mijn man ezelsbruggetjes over spelling en grammatica. Correct Nederlands is nou eenmaal niet zijn ding.

Hij vertelt mij over kretologie uit de wereld van de operatiekamer. Dat breidt mijn kennis op het gebied van medische termen weer uit. En mijn kennis van de kaaswereld dus. Als Nederlandse-taaltechneut mag een oer-Hollands woord als kaaswiel niet aan je woordenschat ontbreken!