Het is lang stil geweest op mijn nieuwssite … Veel te lang. Oorzaak: een heel drukke en intensieve periode van veel werk (dat is absoluut geen slechte reden) en in de privésfeer een grote verandering door een verhuizing van Harderwijk naar Apeldoorn, vanuit een huis naar een appartement. (Een beslissing die gelukkig ook een heel goed uitpakte en de start is geworden van een mooie nieuwe levensfase.)
En nu dus snel weer aan de slag met mijn nieuwssite!
Als taalliefhebber hou ik van taalweetjes. Alles weten en onthouden is onmogelijk, daarom wil ik in mijn blog graag een verzameling aanleggen van handige taalopfrissers en -weetjes. Ze kunnen helpen om taalregels beter te begrijpen.
Er zijn meer medetaalliefhebbers die regelmatig een taalopfrisser verzorgen. Een mooie test ook van mijn parate kennis! En vaak merk ik dat ik weer iets hebt geleerd of dat iets door een handig weetje duidelijker is geworden. Dat scheelt een hoop naslagwerk bij twijfel.
Ik ga van start met een onderwerp dat begint met de eerste letter van het alfabet: afkortingen.
Ze zijn in te delen in de volgende categorieën:
- veelgebruikte afkortingen in het dagelijks woordgebruik
Deze afkortingen spreek je uit zoals je ze leest.
Je schrijft ze met kleine letters en zonder puntjes. Bijvoorbeeld tv, bv, nv of vof.
Let op: bij tenaamstelling van een bedrijf is B.V. correct! - voorzetseluitdrukkingen
Afkortingen die je niet uitspreekt zoals je ze leest, maar als het woord/de woorden die ze vertegenwoordigen.
Deze categorie afkortingen schrijf je met kleine letters en met puntjes. Bijvoorbeeld t.a.v., jl., ca., bijv. - vaktaal
Afkortingen van vaktaal schrijf je met hoofdletters en zonder puntjes. Bijvoorbeeld DNA, URL, ICT, EPD (elektronisch patiëntendossier). - bedrijfsnamen, eigen namen en merknamen
Worden afgekort met hoofdletters zonder puntjes ertussen. Bijvoorbeeld KPN of BMW. - letterwoorden
Deze vroegere afkortingen spreek je tegenwoordig uit als één woord en niet meer als losse letters. (Voorbeeld: “havo” spreek je uit als haavoo en “vwo” spreek je uit als vee wee oo.)Samenstellingen met letterwoorden worden in principe aan elkaar geschreven, behalve bij klinkerbotsing (dus havoleerling en havo-opleiding.) - Latijnse afkortingen
Bijvoorbeeld PS, NB, L.S. Deze afkortingen worden over het algemeen in hoofdletters geschreven, soms wel en soms niet met puntjes ertussen. Een kwestie van onthouden of nazoeken …
Samenstellingen of afleidingen met een afkorting
- Bij een samenstelling van een afkorting met een zelfstandig naamwoord gebruik je altijd een koppelteken. Bijvoorbeeld pc-scherm, maar ook: vwo-leerling en vwo-opleiding.
“Vwoleerling” wordt in tegenstelling tot “havoleerling” een niet uit te spreken woord en moet daarom met een koppelteken worden geschreven. - Een afleiding van een afkorting is een afkorting waar iets achter staat wat op zich geen woord is. In dat geval wordt een apostrof gebruikt. Bijvoorbeeld pc’tje.
Zo zit dat dus!